Vandaag belde mijn mama me op rond 18u. Ze vroeg of ik voor mijn kleine broer Bram een pakketje wou gaan afhalen en nadien haar komen halen in de garage. Bram is 13 jaar en grote fan van ‘The Lord of the Rings’. Hij had via internet een ring die voorkwam in de film besteld. Die ring was vandaag toegekomen in het afhaalpunt.
Ik had er geen probleem mee en ging akkoord om met mijn wagen het pakket te gaan afhalen, en daarna mama te gaan ophalen. Zelf heeft ze geen rijbewijs, dus is ze steeds afhankelijk van personeel, papa of mij.
Bram wou de afhaling van zijn bestelling absoluut niet missen en ging mee. Hij zat naast mij vooraan in de wagen. Na een twintigtal minuutjes rijden kwamen we toe bij het afhaalpunt. Identiteitskaart laten zien, papieren tekenen en pakketje aanvaarden. De wagen was nog niet gestart of de doos was al helemaal opengescheurd. In de doos zat een zwart satijnen zakje met daarin een gouden kopie van de ring uit de film. Wel te verstaan geen echt goud hé, maar hij was dolgelukkig.
We reden naar de garage waar we mama zouden ophalen. De garage was al gesloten, parkingplaats was dus geen probleem. Naast de garage staat het ouderlijke huis, waar mijn mama, mijn mémé en nonkel zaten. Mijn nonkel woont in bij mijn mémé omdat zij de dood van haar man moeilijk kon verwerken. We belden aan en mama deed open. Mijn nonkel en mémé waren al aan het eten. Mama zat bij aan de keukentafel te wachten op ons. Bram en ik zeiden dag aan iedereen. Bram kon zijn fierheid niet verstoppen en liet aan iedereen zijn gouden ring zien.
Mijn nonkel zei: “Amai ne ring, ge zij toch geen jeanet aan het worden zeker?”. Ik voelde mezelf wat instorten. Een verslagen gevoel, een gevoel wat het outen nog moeilijker maakt. Bram kon de (grappig bedoelde) belediging niet goed aanvaarden en bood weerstand. Hij zei: “Het is wel een ring uit de mannencollectie he! Geen uit de vrouwencollectie.” Die jongen is 13 jaar en bood weerstand die ik zelf nooit zou hebben geboden. Het gesprek ging nog even door maar ik verliet de keuken en liep naar de living.
De openhaard brandde, het was een grote openhaard zonder glas voor. Ik zette mij neer in de zetel dicht bij de haard. Ik bekeek de vlammen en dacht na over die zin. “Ge zijt toch geen jeanet aan het worden zeker?”. Pffff….. Moest hij dat nu echt zeggen. Het blijven rasechte garagisten en de opmerking zal wel goed en luchtig bedoeld zijn. Maar deze keer kwetste ze echt.
Het gebeurt niet vaak dat ik me zo slecht voel na een negatieve opmerking over homo’s. Meestal kan ik er zelf nog goed mee lachen. Maar vandaag…
deden mijn tranen rollen. Hij troostte mij goed, hij zei dat als ik liever even naar buiten ga ik maar iets moest laten weten. We stapten het café binnen. Hier en daar zaten wat mensen, in het middag zat een hele groep mensen een gezelschapsspel te spelen. Albert-Jan stelde me voor aan heel de tafel: hij zei: “Dit is William, hij is nieuw bij &Of.” Onmiddellijk glimlachte iedereen naar mij, het was een hartelijke welkomst. Albert-Jan overliep al de namen van de mensen aan tafel. Enkelen had ik al eens eerder gezien, andere waren dan weer volledig nieuw. Ik zette mij wat onwennig bij aan de tafel, ze vroegen of ik mee wou spelen, maar de gedachten aan Willem namen de overhand. Ik ben die avond nog een uurtje in het Rocco café gebleven, het was gezellig, maar voor mij was mijn avond stuk. En het Rocco café heeft dat niet kunnen redden, wat ik ook niet verwachtte. Wat is dit nieuw gevoel, zo een rotgevoel! Waarom toch! Ik stond recht en liep naar de kapstok om mijn vest te nemen, Kris kwam naar me toe. Hij vroeg of alles oké was. Ik fluisterde hetzelfde in zijn oor als bij Albert-Jan. Een vloed van medeleven en troost kwam over me heen. Hij wou er met mij wat over spreken, wat ik misschien wel kon gebruiken maar papa stond binnen 5 minuten al aan het station.
Ik zat op barkruk met mijn benen open, hij kwam tussen mijn benen staan en legde zijn handen op mijn bovenbeen. Hij wreef zachtjes over mijn benen. Hij keek me loodrecht aan in mijn ogen. OOOh! Ik was volledig verkocht, die glimlach, die ogen, … Hij kwam steeds dichter en dichter tot zijn lippen zachtjes mijn lippen aanraakten. Zijn lippen waren warm. Hij nam traag wat afstand, we deden onze ogen open en glimlachten naar elkaar. Het was zo perfect. We omhelsden elkaar en gaven elkaar de indruk van ‘jou laat ik nooit meer los’.
Jef moest door, jammer. Maar hij zou misschien nog terugkomen. Ik sloot mezelf weer aan bij de trouwe &Of groep. Ik had al redelijk wat op en mijn shift begon over een paar minuten. De groep gaf me een cola om wat nuchter te worden, het was tijd. Ik moest mijn shift beginnen. Naar de ingang liep ik om aan mijn shift te beginnen. Kris was er al. Samen met hem begon ik mijn shift aan de kassa. De minuten dat er niemand was, deelden we samen door de een goed gesprek te hebben. Ik bracht mijn shift samen met Kris tot een goed einde. Na mijn shift liep ik terug naar de grote zaal. De groep zat aan de toog en ik vergezelde hen nog een tijdje.